Reflectie Gedrag in Leiderschap
Wat hield het onderdeel in?
Tijdens het onderdeel Gedrag in Leiderschap heb ik geleerd hoe belangrijk mijn eigen gedrag is in mijn rol als aankomend facilitair manager. Het onderdeel ging niet alleen over leidinggeven, maar vooral over hoe je als professional omgaat met verandering, samenwerking, weerstand en de thema’s gezond, gastvrij en duurzaam.
Binnen dit vak hebben we gekeken naar verschillende onderwerpen, zoals veranderen binnen organisaties, bovenstroom en onderstroom, draagvlak creëren, omgaan met weerstand en persoonlijk leiderschap. Ook moesten we uiteindelijk een visueel product maken waarin we uitlegden wat gastvrijheid, gezondheid en duurzaamheid betekenen in onze rol als aankomend professional.
De lessen
In de eerste les kregen we een introductie op het vak en werd uitgelegd wat er van ons verwacht werd. Het vak bestond uit meerdere bijeenkomsten en de toetsing bestond uit een presentatie voor feedback en het inleveren van een verslag.
In de lessen daarna hebben we gekeken naar organisatieverandering. Hierbij kwam onder andere naar voren dat veranderingen niet vanzelf gaan. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een verandering vastloopt, zoals een onduidelijke visie, een starre structuur, machtsspelletjes, onzekerheid of een ondoordachte aanpak.
Ook hebben we geleerd over bovenstroom en onderstroom. De bovenstroom gaat vooral over zichtbare zaken, zoals plannen, doelen, structuren en afspraken. De onderstroom gaat meer over gevoelens, gedrag, onzekerheden en weerstand. Dit vond ik interessant, omdat je bij veranderingen niet alleen moet kijken naar wat er officieel op papier staat, maar ook naar wat mensen voelen en ervaren.
Draagvlak en weerstand
Een belangrijk onderdeel van Gedrag in Leiderschap was het creëren van draagvlak. Ik heb geleerd dat veranderingen vaak zorgen voor onzekerheid, spanning en emoties. Als leidinggevende is het daarom belangrijk om duidelijk te communiceren waarom een verandering nodig is en wat de voordelen zijn.
Ook hebben we gekeken naar weerstand. Weerstand hoeft niet altijd negatief te zijn. Het kan ook betekenen dat mensen betrokken zijn bij hun werk of organisatie. Als iemand weerstand laat zien, is het belangrijk om te onderzoeken waar dit vandaan komt. Soms gaat het om angst, onduidelijkheid of het gevoel dat iemand niet serieus wordt genomen.
Dit vond ik een waardevol inzicht. Ik dacht eerst dat weerstand vooral iets was dat je moest oplossen of wegnemen. Nu begrijp ik beter dat weerstand ook informatie geeft. Als toekomstig facilitair manager moet ik dus goed luisteren naar wat er leeft bij mensen en hier op een rustige en professionele manier mee omgaan.
Mijn visual
Voor de eindopdracht heb ik een visual gemaakt over gedrag in leiderschap. In deze visual heb ik uitgelegd wat duurzaamheid, gezondheid en gastvrijheid voor mij betekenen als aankomend facilitair manager.
Bij duurzaamheid heb ik beschreven dat ik bewust wil omgaan met middelen, energie en de omgeving. Ik vind het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat op korte termijn handig is, maar ook naar wat goed is voor de toekomst.
Bij gezondheid heb ik gekeken naar het belang van een veilige, schone en prettige werkomgeving. Voor mij gaat gezondheid niet alleen over fysieke gezondheid, maar ook over hoe mensen zich mentaal voelen op hun werkplek.
Bij gastvrijheid heb ik beschreven dat mensen zich welkom en op hun gemak moeten voelen. Als facilitair manager wil ik goed luisteren naar wat mensen nodig hebben en proberen daarop in te spelen.
In mijn visual kwamen deze drie thema’s samen. Voor mij betekent goed leiderschap dat je zorgt voor een fijne werkplek, rekening houdt met mensen, bewust omgaat met de omgeving en jezelf blijft ontwikkelen.
Wat heb ik geleerd?
Door dit vak heb ik geleerd dat leiderschap veel te maken heeft met bewust gedrag. Het gaat niet alleen om beslissingen nemen, maar ook om hoe je communiceert, hoe je mensen meeneemt en hoe je reageert op weerstand of verandering.
Ik heb geleerd dat een facilitair manager een belangrijke rol heeft bij veranderingen binnen een organisatie. Je moet kunnen uitleggen waarom iets verandert, mensen betrekken bij het proces en zorgen dat er draagvlak ontstaat. Daarbij is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de inhoud, maar ook naar de emoties en belangen van mensen.
Ook heb ik geleerd dat de thema’s gezond, gastvrij en duurzaam niet los van elkaar staan. Ze komen juist samen in de manier waarop je als facilitair manager keuzes maakt. Een goede werkomgeving moet prettig en veilig zijn, mensen welkom laten voelen en tegelijkertijd toekomstgericht en duurzaam zijn.
Mijn ontwikkeling
Door Gedrag in Leiderschap ben ik mij bewuster geworden van mijn eigen rol als aankomend professional. Ik vind het belangrijk om goed te luisteren, rekening te houden met anderen en een prettige sfeer te creëren. Dit past bij mijn manier van werken.
Mijn leerpunt is dat ik soms nog duidelijker mag zijn in mijn eigen visie en keuzes. Omdat ik graag rekening houd met anderen, kan ik soms voorzichtig zijn in het uitspreken van mijn mening. Als toekomstig facilitair manager wil ik leren om sterker mijn rol te pakken en duidelijker te communiceren, zonder de verbinding met anderen te verliezen.
Wat neem ik mee?
Ik neem mee dat leiderschap begint bij jezelf. Je moet weten wat jij belangrijk vindt, hoe je reageert op situaties en welk gedrag je laat zien richting anderen.
Voor mijn toekomst als facilitair manager neem ik mee dat ik wil bijdragen aan een werkomgeving waarin mensen zich gezond, welkom en prettig voelen. Daarbij wil ik duurzame keuzes maken en anderen meenemen in veranderingen. Dit vak heeft mij geholpen om beter na te denken over mijn eigen leiderschapsgedrag en over de professional die ik later wil zijn.
Maak jouw eigen website met JouwWeb